
#015. OOGGETUIGENVERSLAG VAN JOURNEY TO THE LOWER WORLD
Dirk Vis
#019
performance TITLE: ‘Journey To The Lower World’
performance BY: Dirk Vis
Date: 2004
LEFTOVER: “OOGGETUIGENVERSLAG VAN JOURNEY TO THE LOWER WORLD”
Kunstenaar Marcus Coates
bezocht Sheil Park, 165 Linosa
Close, Liverpool
We zitten met z’n allen aan één kant van de kamer. Iedereen is een beetje lacherig. Allemaal bewoners van de flat. Alleen de roodharige mevrouw schuin voor me ken ik niet. De kunstenaar treft voorbereidingen in de bijkeuken.
De kunstenaar komt uit Londen. Hij vertelde vantevoren dat hij langskwam om met ons te praten over de geplande sloop van onze flat. Of we daar nog iets tegen kunnen doen. Dat hij als kunstenaar in de voetsporen trad van sjamanen. Sjamanen zijn dokters die problemen oplossen, door in extase te raken. Er wordt gegrinnikt. We hebben niets te verliezen, we doen mee.
De kunstenaar komt uit de bijkeuken met een stofzuiger. Hij begint de brandschone vloer voor het publiek te stofzuigen. We wisten wel dat er iets geks zou komen. Er klinkt gelach. De vrouw met de roodgeverfde haren lacht niet, ze knippert niet eens achter haar zonnebril met blauwe glazen. De kunstenaar brengt de stofzuiger weg, komt terug en gaat zitten. Hij bindt iets aan zijn veters. Sleutelbossen. Betsy achter mij komt niet meer bij van het lachen. De kunstenaar gaat door alsof hij niets merkt. Neemt een slok water. Buigt voorover en spuugt het uit over de vloer. Agatha schrikt.
‘Voorzichtig,’ zie ik haar fluisteren tegen haar moeder. De kunstenaar loopt weer naar de bijkeuken en de sleutelbossen ratelen. Dan klinkt het indrukken van een knop en trommels beginnen te roffelen. Iedereen verzit en is stil. Het lijkt te beginnen.
Voordat hij begon, vertelde de kunstenaar dat hij zelf niet het antwoord had op onze vragen. Maar dat sjamanen contact konden leggen met de geesten van overleden dieren. Dat hij dadelijk een sjamanistisch ritueel op zou voeren. Hij zou afdalen naar de onderwereld en ons probleem voorleggen aan de diergeesten.
De trommels roffelen in de bijkeuken. De kunstenaar komt de kamer weer in met een hertenkop op zijn hoofd. Poten met hoeven bungelen over zijn schouders. Als het kon, werd iedereen nog stiller. De kunstenaar neemt plaats tegenover het publiek. Het is net of er een hert zit met het lijf van een man. Betsy verbreekt de spanning door te proesten van ingehouden lachen. ‘Straks sloopt ie de lamp nog,’ wordt er gefluisterd.
De kunstenaar draait een rondje en gaat weer zitten. Alleen tromgeroffel klinkt. Vermoedelijk is hij nu op weg naar de benedenwereld.
De kunstenaar maakt een heel hard dierengeluid. Klinkt een beetje als een bange vogel. Betsy snikt van het lachen. De kunstenaar heeft zijn ogen dicht. Prrrrrrrt… Prrrrrddddtt… De kunstenaar buigt door de knieën en slaat op zijn borst. Meer dierengeluiden. Ik hoor een eend, hond, das, roofvogel. De kunstenaar hijgt.
Het klinkt angstig. Misschien schrikken de dierengeesten van zijn bezoek. Of is de flat beangstigend voor ze. Misschien willen ze zelfs wel dat ons gebouw wordt gesloopt.
Brrroepie… Brrrrrroepiejauwwwww. De kunstenaar rammelt met zijn gewei tegen het deurkozijn. Mr. Foley op de voorste rij pakt de hand van zijn vrouw. De kunstenaar begint te loeien.
Of de kunstenaar nou geluiden maakt tegen de dieren of de dieren tegen hem is mij onduidelijk. Mwwwweeeeeeuuuuuuuhhh. Dit beest is niet blij. Zo lang dood te zijn en hier rond te waren als geest, er zijn wel leukere plekjes. Vroeger waren hier alleen maar bomen, meertjes en sloten. Geen betonnen flats. Mwwooeeeaaaeeeuuuwh. De kunstenaar begint rondjes te draaien. Hij vouwt zijn handen en maakt een vogelgeluid. Tchah! Tchah! Tcha! De trommelmuziek begint langzaam op te houden. Tsjif! Tsjif! Tsjif! Niemand zegt meer iets. Tsjif! Wel een halve minuut. Een hele minuut. Ik beweeg zelfs niet meer.
De kunstenaar staat op en neemt weer een slok water. Hij laat het uit zijn mond over zijn t-shirt lopen. We gniffelen weer. De kunstenaar loopt naar de bijkeuken en komt zonder hert terug.
‘Tis heet.’ zegt hij. En: ‘Dat was een goede reis.’
‘Waar ben je geweest?’ vraagt Agatha.
‘Ik ben in gedachten vanaf de bovenste verdieping omlaag gegaan. Ik ging een grot in. ‘T was donker. Ik kwam een fazant tegen. Ik kwam langs een meertje. Een mannetjeshert zag ik, toen een vos. En een hele kleine vogel met een lange snavel.’
De kunstenaar kwam nog meer vogels tegen. De kunstenaar legt uit dat één vogel begon te krimpen. Steeds kleiner werd de vogel en hij bewoog zijn vleugels. Vervolgens werd hij breder, alsmaar breder, zo lang als een stok. De kunstenaar legt uit dat hij geen beschermer heeft gevonden. Dat dat er hier geen dierengeesten zijn. Dat het volgens hem betekent dat we er alleen voor staan, dat we als groep samen moeten werken.

