Sandro Setola
[1] Maquette van Grosse Halle. De diameter van de koepel zou ongeveer 7 keer zo groot zijn als die van de St. Pieter te Rome.
Zie ook: www.digischool.nl/ckv2/ckv3/kunstentechniek1/speer/germania.htm
[2] Nazi Car park, tekening van Sandro Setola, 2008, houtskool en krijt op gekleurd papier, 150/100 cm.
[3] Het Plan Voisin van Le Corbusier, 1929. Het was zijn idee om het stadscentrum van Parijs te slopen en dit ervoor in de plaats neer te zetten.
[4] When you ride alone, you ride with Hitler. Affiche dat Amerikaanse automobilisten moest aanzetten tot een vroege versie van het carpoolen.
Faits Divers
Jean Bernard Koeman, ‘De gure hoogvlakte van het discours’, Metaal, vangrails
Het Philips Paviljoen op EXPO ’58 heeft in mijn verbeelding welhaast mythische proporties en betekenis aangenomen. Hiervoor ontwikkelden een aantal grote geesten een architecturaal gesamtkunstwerk, dat we nu als de eerste ‘geluidsinstallatie’ zouden kunnen omschrijven.
In opdracht van Frits Philips ging Le Corbusier aan het werk met de nieuwste elektronische media om een ruimte te creëren met het immateriële en dynamische karakter van muziek. Het materiële, architecturale aspect schoof hij door naar Iannis Xenakis, een van zijn assistenten. Mede door deze ervaringen zou Xenakis de architectuur later verruilen voor de muziek; hij besloot componist te worden. Hun keuze voor de bijzondere geometrie van hyperbolische paraboloïden was eigenlijk niet zo heel Corbusiaans maar won behoorlijk aan populariteit in de jaren ‘50.
Om de techniek van Philips op het gebied van verlichting, akoestiek en automatisering te etaleren, en om aan te tonen dat de kunstenaar hiervan voortaan gebruik kon maken, regisseerde Le Corbusier een ‘Elektronisch Gedicht voor de 20ste eeuw’. Een filmvoorstelling die op de holle betonnen wanden werd geprojecteerd. (Oorspronkelijk zou Gerrit Rietveld de leiding over dit alles hebben, maar toen ook Le Corbusier werd aangezocht bleek deze zelfstandig te willen opereren zodat Rietveld buiten spel kwam te staan.) Het typische silhouet en het gedurfde tentoonstellingsconcept (geen gamma van Philipsproducten, maar een volledig leeg interieur!) maakten het gebouw onweerstaanbaar en een grote hit op de wereldtentoonstelling.
Voor de muziek deed Le Corbu een beroep op de Frans- Amerikaanse componist Edgar Varese. Met zijn ‘Déserts’, een compositie uit 1954, had Varese reeds geëxperimenteerd met een orkest dat meespeelde met partijen uit een bandrecorder. Voor het Philips-paviljoen componeerde hij diverse loops die de indruk gaven dat de betonnen schelp aan de binnenkant aan het barsten was.
Deze genoteerde ‘noise’ kwam uit 425 luidsprekers die her en der in het paviljoen waren ingebouwd. Zo was de toeschouwer eigenlijk getuige van een random compositie, afhangende van de manier waarop men door de ruimte bewoog. Revolutionair en visionair.
Zes miljoen gulden kostte dit avant-gardistische kleinood indertijd, het kreeg echter regelmatig te kampen met technische problemen. Varese kreeg het aan de stok met de klankingenieurs van Philips en Le Corbusier kreeg ruzie met zo ongeveer iedereen. Het gebouw werd, mede door alle onenigheid en gekrakeel, na de sluiting van de Expo opgeblazen…








